logo Foyer transparent.png

MigratieMuseumMigration

Werkhuizenstraat 17 Rue des Ateliers

1080 Molenbeek

museum@foyer.be

DE VASTE OPSTELLING
Swipe door de demografische evolutie van Brussel

 

Brussel is het meest diverse gewest van België. Een op de drie inwoners heeft een nationaliteit die niet-Belgisch is. De herkomstcijfers vertellen een nog meer divers verhaal. Bijna 70% van de geregistreerde inwoners heeft wortels in het buitenland.

 

In 2018 heeft Brussel 1.198.726 inwoners waarvan 781.619 Belgen. De top 10 van niet-Belgische nationaliteiten wordt aangevoerd door de Fransen (63.394), gevolgd door de Roemenen (39.703), Marokkanen (36.225), Italianen (33.109), Spanjaarden (28.341), Polen (24.352), Portugezen (19.474), Bulgaren (11.829), Duitsers (10.659) en tot slot de Grieken (9.161).

 

De nationaliteitscijfers zeggen niet alles over de diversiteit van de Brusselse bevolking. Bijna twee derde van de Brusselaars is van buitenlandse herkomst waarvan de grootste groep van Marokkaanse origine is. De cijfers weerspiegelen ook enkel de geregistreerde inwoners van Brussel. Het aantal mensen in irregulier verblijf verschijnt niet in de statistieken. Hun aantal schatten is niet vanzelfsprekend.

 

Samen met digitale partner Q-arts  ontwikkelden we een interactieve website die de evolutie van de demografie in Brussel vertelt. De bezoeker kan op niveau van het gewest of op het niveau van een van de gemeentes zoeken. Daarnaast vindt hij/zij de volledige lijst  van nationaliteiten die in Brussel leven

 

Studio Brussels Lof ontwikkelde een korte animatie die deze informatie aantrekkelijk presenteert.

24 golvende panelen

 

Brussel is niet van de ene dag op de andere superdivers geworden. 24 panelen tonen de dynamiek van de verschillende migratiegolven.   

 

Gastarbeiders uit het Mediterraan Zeegebied en hun familie

 

Na de Tweede Wereldoorlog ligt België in puin. De wederopbouw vraagt om heel wat energie. Steenkool is dan de energiebron bij uitstek. Al snel is er een tekort aan arbeidskrachten. In 1946 tekent de Belgische overheid een akkoord met de Italiaanse regering. Mankracht in ruil voor steenkool. Duizenden Italianen[AL1]  komen hier werken onder de grond. Dat werk is zwaar, vuil en gevaarlijk. De huisvesting is van slechte kwaliteit.

 

In 1956 vindt in Marcinelle, Charleroi, een grote mijnramp plaats. Heel wat Italianen komen om. De Italiaanse overheid eist betere werk- en leefomstandigheden. Na aarzeling van de Belgische regering, zeggen de Italianen het akkoord op. België gaat op zoek naar nieuwe partnerlanden. Al in 1956 wordt een akkoord met Spanje getekend, in 1957 met Griekenland. Heel wat mannen[AL2]  komen, op uitnodiging van de staat en de werkgevers, naar België om te werken. Ze krijgen de naam ‘gastarbeiders’.

 

De gouden jaren 1960 breken aan. In grote steden zoals Brussel worden heel wat grote infrastructuurwerken gerealiseerd. Ook de diensteneconomie wint aan belang. Vanuit de mijnstreken zakken heel wat gezinnen af naar de hoofdstad.

 

Nieuwe arbeidsmigranten komen rechtstreeks naar Brussel. In 1964 worden akkoorden getekend met Marokko en Turkije. Toch blijkt de informele weg veel populairder dan de formele. In die tijd staan zo veel werkgevers te smeken om arbeidskrachten dat werk- en verblijfsvergunningen snel worden afgeleverd. In 1970 heeft Brussel 1.075.036 inwoners, waarvan 33.641 Spanjaarden, 28.354 Italianen, 23.188 Fransen, 21.852 Marokkanen, 9.496 Grieken, 6.917 Nederlanders, 5.291 West-Duitsers, 5.263 Britten en 4.347 Turken.

 

Begin jaren zeventig slaat de crisis toe. De regering kondigt een arbeidsmigratiestop af. Dit betekent niet het einde van de migratie naar Brussel. Wel het einde van de jarenlange instroom van jonge, goedkope, voornamelijk mannelijke, arbeidskrachten uit het Middellandse Zeegebied. Gezinshereniging blijft de volgende jaren een belangrijke vorm van legale migratie, maar expats, inwoners van EU-landen, studenten en asielzoekers krijgen recht op verblijf. 

De evolutie naar een superdivers Brussel

 

Langzaam diversifieert het beeld van de migratie in Brussel. Begin jaren tachtig is menselijke mobiliteit binnen en naar Europa redelijk beperkt. Tot 1985 zijn asielzoekers zo goed als afwezig in het publieke debat. De procedure is in handen van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN. De lokale opvang gebeurt door een particulier vluchtelingennetwerk. Het Rode Kruis dat een beroep doet op ngo’s, kleinere liefdadigheidsorganisaties en particulieren, draagt zorg voor bijvoorbeeld de Hongaarse gezinnen  (1956) en Vietnamese bootvluchtelingen (vanaf 1975). De plaatselijke  OCMW’s dragen de kosten voor materiële, sociale en medische bijstand. Het aantal aanvragen is relatief laag.

 

Dit verhindert niet dat een Brussels gemeentebestuur in 1982 besluit om geen vreemdelingen meer in te schrijven. De druk op de OCMW’s wordt ook steeds groter. Plots staat het verhaal van vluchtelingen en migranten op de politieke agenda. In 1986 beslist de regering tijdens een spoedvergadering om het Klein Kasteeltje in Brussel te openen als asielcentrum.

 

Op 14 november 1986 wordt een asielzoeker uit Ghana ingeschreven als eerste resident in het Klein Kasteeltje. Het centrum zal doorheen de jaren meer dan 80.000 mensen opvangen. Oorlog en instabiliteit zorgen voor een permanente instroom van bewoners met een aantal piekmomenten: de val van de muur (1989), de eerste crisis in de Balkan (1993), de tweede (2000), de conflicten in de regio van de Grote Meren (2000), Iran (2000), Syrië (2011), Irak, Syrië en Afghanistan (2015).

 

De aanwezigheid van het Klein Kasteeltje, de dienst vreemdelingenzaken en het Commissariaat voor de Vluchtelingen en Staatlozen draagt bij aan de diversifiëring van de Brusselse bevolking. 

 

Daarnaast drukt de aanwezigheid van de Europese Commissie en van de internationale instellingen ook een belangrijke stempel op die diversifiëring. Zo steeg het aantal Europese ambtenaren van 300 in de jaren 50 tot 40.000 vandaag. De uitbreiding van de Europese Unie zorgde ook voor vrij verkeer van arbeidskrachten uit onder andere Polen, Roemenië en Bulgarije.

Cirkels vol verhalen

 

Het MIGRATIEMUSEUMMIGRATION had gesprekken met tal van Brusselaars, elk met hun eigen verhaal en eigen migratieachtergrond.

 

Bachir, die in 1967 als tweejarige van Tanger naar Brussel verhuist en die nooit zal vergeten dat zijn vader alles heeft opgegeven voor zijn kinderen. Zakia, wiens vader een van de eerste Pakistanen in Brussel was en die erg trots is op wat hij heeft betekend voor deze gemeenschap in Brussel. Biser uit Bulgarije die zich in Brussel inzet voor de rechten van de Roma en erg actief is in de LGBTQ-gemeenschap. Lucrecia, een Argentijnse die in Brussel geniet van haar sociaal leven met vrienden uit de hele wereld. Fariha, geboren in New Delhi, die aan de ULB werkt rond vooroordelen en migratie. Sehzade, Mohamed, Sultan, Jhie, Ahmed, Reza, Marysa, Federica, Anne, Domenico, Marie, Hervé, Tony, en vele vele anderen.

 

Uit deze ontmoetingen groeide het idee voor het ontwikkelen van kijkdozen. Dat zijn mooi vormgegeven vitrines die verwijzen naar het verhaal van een individu of een thema. In twee grote cirkels presenteert het MIGRATIEMUSEUMMIGRATION 42 kijkdozen.

 

De kijkdozen zijn gevuld met foto’s, documenten en objecten die aan de ene kant erg persoonlijk zijn, maar die juist door hun herkenbaarheid universeel worden en bij de bezoeker allerlei herinneringen oproepen.

 

Een helm heeft weinig historische waarde maar roept bij een hele generatie mannen wel verhalen op over de tijd dat zij de metrotunnels in Brussel aan het uitgraven waren. Diezelfde helm vertelt evengoed het verhaal van de Poolse, Bulgaarse, Portugese bouwvakkers vandaag. Het laat zien dat Brussel letterlijk gebouwd is door verschillende generaties migranten

 

Tussen de vitrines staan citaten die betekenis geven aan de  inhoud ervan.

Het citaat van Mehmet: ‘Je kreeg een brief een of twee keer in de maand’ naast dat van Mahdieh: ‘Via social media voel ik de warme handen van mijn moeder niet’ toont tegelijkertijd hoe communiceren doorheen de jaren makkelijker werd maar dat de afstand tussen hier en daar toch blijft.

 

Deze citaten dankt het MIGRATIEMUSEUMMIGRATION aan de vele Brusselaars die bereid waren hun verhaal te delen. Het MIGRATIEMUSEUMMIGRATION vindt elk verhaal bijzonder. Het gaat in de toekomst zeker nog verder op zoek naar verhalen. Het hoopt dan ook dat de unieke en warme presentatie heel wat bezoekers inspireert om het eigen verhaal te delen, met familie, vrienden of het museum. De kijkdozen zijn zo ontworpen dat ze gemakkelijk kunnen wijzigen.